Erkenning

De filantropische sector wil transparantie bevorderen en het toezicht moderniseren. De fondsenwervende organisaties, kerkelijke instellingen en de vermogensfondsen, verenigd in de Samenwerkende Brancheorganisaties Filantropie (SBF) doen dit met een nieuwe erkenningsregeling.

Deze regeling omvat een set van afspraken voor kwaliteit, verantwoording en toegankelijke publieksinformatie. Vanaf 1 januari 2016 is het stelsel voor alle fondsenwervende instellingen in werking getreden.

Voor de meest actuele informatie over het stelsel volg deze link naar de site van de  toezichthouder; daar lees je ook hoe je een erkenning kunt aanvragen.

Mocht je vragen hebben over de erkenning neem dan contact op met Nederland Filantropieland. Wil je ook een erkenning aanvragen? Meld je dan bij het CBF

Q&A

Vanaf 1 januari 2016 geldt er een nieuwe erkenningsregeling voor goede doelen met normen en onafhankelijk toezicht. Alle oude keurmerken zoals het CBF-Keur/CBF-Certificaat, het RfB-keur en het Keurmerk Goede Doelen worden vervangen door deze erkenning.

Waarom moest het anders?

Antwoord

Voor goede doelen waren er verschillende keurmerken met verschillende criteria. Niet alle keurmerken waren toegankelijk voor iedereen. Dat maakt het er voor het publiek niet makkelijker op. Waarom heeft niet elk goed doel een keurmerk? Is het ene keurmerk beter dan het andere? Met één erkenning is het voor iedereen meteen duidelijk of een organisatie aan alle gestelde kwaliteitseisen voldoet en de zaken op orde heeft. Dit is voor het publiek eenduidig en overzichtelijk. In de nieuwe eisen die aan goededoelenorganisaties worden gesteld,  is er meer aandacht voor resultaat en de maatschappelijke betekenis van goede doelen. En doordat goed rekening is gehouden met de omvang van goededoelenorganisaties is het voor elke organisatie, hoe groot of klein dan ook, mogelijk om deel te nemen.

 Wat zijn de belangrijkste veranderingen?

Antwoord

De nieuwe normen gaan niet meer in hoofdzaak over kosten en bestedingen maar over het hele proces bij organisaties. Van missie tot resultaat en impact. Organisaties moeten laten zien wat ze willen en wat ze bereiken. Daarnaast zijn de normen gedifferentieerd naar grootte van de organisatie. Hoe groter de organisatie, hoe zwaarder de normen. Ook het toezicht is vernieuwd. Er zijn meer mogelijkheden voor dialoog, uitleg en toelichting waarom door goede doelen bepaalde keuzes gemaakt worden. Het nieuwe toezicht is daarmee veel meer dan alleen een afvinklijstje.

Wat verandert er concreet voor de goede doelen?

Antwoord

Iedereen kan deelnemen

Of je nu groot bent of klein, het is voor elke goededoelenorganisatie mogelijk om een erkenning aan te vragen. De kosten voor het aanvragen zijn gerelateerd aan de omvang van de organisatie.

Breder en verbeterd toezicht

Hoe meer organisaties zich laten erkennen en zich vrijwillig onder toezicht laten stellen, hoe beter dit is voor de sector als geheel. Incidenten kunnen helaas nooit worden uitgesloten, maar met een erkenning maken goede doelen aan iedereen zichtbaar dat ze de zaken op orde hebben. De toezichthouder heeft ook een belangrijke signalerende rol als het gaat om niet erkende organisaties.

Meer aandacht voor bereikte resultaten

Verantwoorden van bestedingen blijft een belangrijke eis om een erkenning te krijgen. Daarbij is de vaste kostennorm van 25% komen te vervallen. Maar er wordt ook gekeken naar de bereikte resultaten en of die maatschappelijke resultaten aansluiten op de missie en doelstellingen van de organisatie.

Verdere professionalisering van organisaties

In het normenstelsel zijn normen en bespreekpunten opgenomen. Aan de normen moet een organisatie in elk geval voldoen om in aanmerking te komen voor een erkenning. De bespreekpunten tussen de organisatie en de toezichthouder geven inzicht in het eigen functioneren van de organisatie en bieden handvatten voor verbetering en verdere ontwikkeling van de organisatie.

Verminderen van administratieve lasten

Geen dubbel werk. Voorkomen moet worden dat organisaties door verschillende instanties op dezelfde normen worden getoetst. Daarom worden afspraken gemaakt met bijvoorbeeld vermogensfondsen en de overheid (ANBI) om aanvraagprocedures voor erkende organisaties te vereenvoudigen. Lagere administratieve lasten dus.

Wat verandert er concreet voor donateurs?

Antwoord

Als mensen zich willen inzetten voor of willen geven aan een goed doel en zeker willen weten dat het geld goed terecht komt, kunnen ze letten op de erkenning. Heeft het betreffende goede doel een erkenning of niet? Zo ja, dan kun je er op rekenen dat het goede doel aan alle kwaliteitseisen voldoet en de zaken op orde heeft.

Op welke manier krijgen consumenten meer inzicht in de werkwijze/het bestedingspatroon van goede doelen?

Antwoord

In de nieuwe normen is veel aandacht  voor informatievoorziening aan het publiek. Een organisatie is bijvoorbeeld verplicht om openbaar te maken wat wel en wat niet is bereikt, hoe een organisatie dat bepaalt en wat de verhouding is tussen inkomsten en kosten van fondsenwerving. Voor kleinere goededoelenorganisaties (categorie A) zijn de eisen voor publicatie vrijwel gelijk aan de eisen die de overheid stelt aan de fiscale erkenning.

Is de kostennorm (dat maximaal 25 procent van iedere geworven euro uit gegeven mag worden aan fondsenwerving) vervallen in het nieuwe stelsel? En hoe wordt de besteding van middelen in het nieuwe stelsel verantwoord?

Antwoord

Organisaties moeten in het nieuwe stelsel helder kunnen toelichten hoe kosten zich tot baten verhouden. Dit biedt organisaties meer ruimte om uit te leggen wat ze doen en waarom. Het resultaat en de maatschappelijke betekenis zijn dan ook mede maatgevend. De verhouding tussen kosten en baten moet wel altijd redelijk zijn. De onafhankelijk toezichthouder ziet daar op toe.

Er komt meer aandacht voor de resultaten die goede doelen daadwerkelijk boeken; waarom is dat zo en hoe meet je dit?

Antwoord

Goede doelen worden kritisch gevolgd. Dit is terecht omdat donateurs er recht op hebben te weten wat er met het gedoneerde geld gebeurt. Door de jaren heen heeft de nadruk erg op het verantwoorden van de bestedingen gelegen. De focus lag daarmee teveel op de financiën. Het verantwoorden van de kosten en bestedingen blijft een belangrijk aspect in de verantwoording. Maar de kosten moeten veel meer in de context geplaatst worden van de resultaten die zijn bereikt en de maatschappelijke betekenis hiervan. Organisaties moeten steeds nagaan of wat zij wilden bereiken ook daadwerkelijk is bereikt. Daar zijn verschillende manieren voor. Van opgedane ervaringen moet vervolgens worden geleerd en de werkwijze zo nodig worden aangepast.

Vallen alle goede doelen in Nederland onder het nieuwe stelsel? Welke wel en welke niet?

Antwoord

Alle goede doelen in Nederland kunnen in principe een erkenning aanvragen bij het CBF.

Wat zijn de consequenties als een goed doel zich niet aan de normen houdt? Wie beoordeelt dit?

Antwoord

Het CBF (Centraal Bureau Fondsenwerving) is ook in de nieuwe situatie de toezichthouder en zal de goede doelen gaan toetsen op de nieuwe normen. Als een organisatie zich niet aan de normen houdt, zal een erkenning niet gegeven of afgenomen worden.

Hoe kan het publiek/donateur zien of een goed doel erkend is?

Antwoord

Alle erkende goede doelen worden opgenomen in een centraal en publiek toegankelijk register. Daarnaast voeren alle erkende goede doelen het logo van de CBF-erkenning.

Wanneer start de publiekscampagne over de erkenning, hoe ziet deze eruit en wat is daarvan het doel?

Antwoord

Er wordt deze zomer gestart met de communicatie van de nieuw erkenning. Doel is om bij een breed publiek duidelijk te maken dat je aan een erkenning kan zien dat een goed doel aan de kwaliteitseisen voldoet en de zaken op orde heeft. Die campagne zullen we zoveel mogelijk in samenspraak met erkende doelen oppakken.