Toezicht, wet- en regelgeving

Hier vind je antwoorden op veelgestelde vragen, handige tips en downloads over het onderwerp Toezicht, wet- en regelgeving. Gebruik de zoekfunctie bovenaan om snel jouw antwoord te vinden! Staat jouw vraag er niet tussen, neem dan eens een kijkje op het forum en stel daar eventueel jouw vraag.


Veelgestelde vragen

In principe vallen alle fondsenwervende instellingen die aan de onderstaande punten voldoen binnen de definitie van een Goededoelenorganisatie en daarmee onder de Erkenningsregeling. Voor een volledige omschrijving verwijzen we graag naar het CBF reglement (zie bijlage).

Een Goededoelenorganisatie:

  1. Is een particuliere organisatie, gevestigd in Nederland;
  2. Heeft een hoofddoelstelling gericht op het realiseren van een door de organisatie beoogde verbetering conform het ‘door ons, voor anderen’-principe;
  3. Heeft geen winstoogmerk;
  4. Doet voor de realisatie van de doelstelling een beroep op de steun van het publiek door werving van geld, vrijwilligers en/of goederen, dan wel op andere
    organisaties die geld, arbeid en/of goederen ter beschikking stellen.

Ben je niet zeker op jouw organisatie binnen de “werkingssfeer” van de Erkenning valt? Neem dan contact op >> met het CBF.

De Geefwet stimuleert het geven aan goede doelen door extra belastingvoordelen te bieden. De wet is ingegaan op 1 januari 2012. In de wet staat wanneer giften aan een goed doel fiscaal aftrekbaar zijn. Dit gaat via de inkomstenbelasting. Voorwaarde voor belastingaftrek is dat het ontvangende goede doel een ANBI is. Bovendien geldt er een minimumbedrag voor aftrekbare giften. De wet biedt gevers aan culturele instellingen extra belastingaftrek (de zogenaamde multiplier). Het geeft tevens aan welke kosten vrijwilligers kunnen opvoeren voor belastingaftrek.

Een instelling wordt door de Belastingdienst als ANBI aangemerkt indien en zolang “de instelling via internet op elektronische wijze informatie met betrekking tot haar functioneren, openbaar maakt”. Deze informatie betreft ten minste de onderstaande acht onderdelen. Voor fondsenwervende ANBI’s gelden alle onderstaande voorwaarden: voor vermogensfondsen en kerkelijke instellingen gelden aangepaste voorwaarden. 

Wat moet er gepubliceerd worden?

1. de naam van de instelling
Het gaat hierbij om de officiële naam van de instelling, zoals ook opgenomen op de ANBI-lijst van de belastingdienst. Indien de instelling onder een andere naam bij het algemene publiek bekend is, kunnen beide namen worden opgenomen op de ANBI-lijst.

2. het RSIN-nummer
Het RSIN is het nummer dat door de Kamer van Koophandel wordt toegekend bij de verplichte inschrijving van een rechtspersoon (of samenwerkingsverband) in het Handelsregister.

3. het post- of bezoekadres, dan wel het telefoonnummer of e-mailadres
Donateurs, begunstigden en stakeholders bij de ANBI, moeten de mogelijkheid hebben om contact op te nemen met de ANBI. Daarvoor zijn de contactgegevens vereist op de website. De keuze om een post- of bezoekadres te vermelden wordt overgelaten aan de ANBI. Ten minste het post- of bezoekadres moet worden vermeld, de vermelding van een telefoonnummer of e-mailadres is niet verplicht.

4. de doelstelling volgens de regelgeving van de ANBI
De ANBI moet het doel, de missie en de bestaansreden van de instelling in het kort en begrijpelijk beschrijven. Hierdoor hebben begunstigden, donateurs en stakeholders de mogelijkheid om te toetsen of het actuele beleidsplan van de ANBI (vergelijk hierna) overeenkomt met de doelstelling.

5. de hoofdlijnen van het actuele beleidsplan
Op grond van reeds in 2013 bestaande ANBI-regelgeving, moet een ANBI beschikken over een beleidsplan. Bij een controle door de Belastingdienst van een ANBI is dit vaak ook één van de aspecten die wordt opgevraagd. In het kader van de publicatieplicht is het voor ANBI’s verplicht om dit beleidsplan openbaar te maken en digitaal te publiceren. Volstaan kan vaak worden inzichtelijk te maken via een ‘publieksvriendelijke versie’ van het beleidsplan, hoe de ANBI de komende jaren haar doelstellingen denkt te bereiken.

6. de bestuurssamenstelling, het beloningsbeleid en de namen van de bestuurders
De namen van leden van het statutaire bestuur van een ANBI moeten worden vermeld. Niet de namen van de leden van het orgaan dat het beleid bepaalt. De adressen van deze bestuursleden hoeven niet te worden vermeld. Bij de samenstelling van het bestuur moet u denken aan de functie(s) die binnen het bestuur worden onderkend. Door of namens bestuurders (dit geldt voornamelijk van vermogensfondsen) die gegronde redenen hebben c.q. een reëel gevaar lopen voor de persoonlijke veiligheid (of die van hun familieleden) bij publicatie van hun namen, kan om ontheffing van deze eis worden verzocht.

Ook het beloningsbeleid voor het in dienst zijnde personeel moet worden gepubliceerd. Vaak kan worden volstaan met een verwijzing naar een van toepassing zijnde CAO- of salarisregeling. Zie goed dat deze nieuwe voorwaarde voor ANBI’s dus verder gaat dan de reeds sinds 2008 bestaande verplichting om de leden van het beleidsbepalende orgaan niet meer dan een onkostenvergoeding en een niet-bovenmatig vacatiegeld te laten ontvangen. Ingevolge de nieuwe publicatieplicht zal met name belang toekomen aan het salaris van het bestuur en de directie van een ANBI. Potentiële donateurs en stakeholders moeten zich daarover relatief eenvoudig een oordeel kunnen vormen.

7. een actueel verslag van de uitgeoefende activiteit(en)
Waar het beleidsplan een beeld geeft van de plannen van een ANBI, biedt dit verslag een overzicht van de activiteiten die het afgelopen jaar zijn verricht. In combinatie met het beleidsplan wordt op deze manier dus verantwoording afgelegd. Niet vereist (zo al mogelijk) is het om bereikte resultaten’ te vermelden.

8. de balans en de staat van baten en lasten, met toelichting.
Vanaf 1 januari 2014 moeten ANBI’s voortaan jaarlijks hun balans en een overzicht van de staat van baten en lasten (voor commerciële rechtspersonen ook wel bekend als de ‘exploitatie-‘ of ‘winst- en verlies’-rekening), met een toelichting daarop publiceren.

De normale ‘fondsenwervende’ ANBI (ook met een hybride karakter) kan volstaan met het publiceren van een samenvatting van die gegevens. Zuivere vermogensfondsen en kerkgenootschappen hoeven hier minder transparantie te tonen omdat zij hun fondsen niet werven onder een breed publiek. Zij mogen volstaan met het publiceren van alleen een (verkorte) staat van baten en lasten en een overzicht van de daadwerkelijke en voorgenomen bestedingen, met toelichting. ANBI’s worden als zuivere vermogensfondsen aangemerkt indien zij “niet actief geld of goederen werven onder derden en die het aan hen ter beschikking staande vermogen of de opbrengsten daarvan” voor 90% of meer “besteden ten behoeve van hun eigen doelstelling”.

In 2018 alles weten over filantropie?

Meld je aan voor de nieuwsbrief